Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.
| Beide kanten vorige revisieVorige revisieVolgende revisie | Vorige revisie | ||
| brochures:1999_is-prof-kuitert-zo-verkeerd-dat-jezusvroomheid-goed-is_een-woord-bij-een-woord-van-ds-mooiweer-en-meer-dan-dat_een-apologie-van-het-christelijk-geloof [16-08-2024 om 17.13 uur] – ds. J.H. Zwart | brochures:1999_is-prof-kuitert-zo-verkeerd-dat-jezusvroomheid-goed-is_een-woord-bij-een-woord-van-ds-mooiweer-en-meer-dan-dat_een-apologie-van-het-christelijk-geloof [26-01-2026 om 10.01 uur] (huidige) – ds. J.H. Zwart | ||
|---|---|---|---|
| Regel 1: | Regel 1: | ||
| ====== | ====== | ||
| > Hoor Israël, de Heere onze God is een enig Heere. | > Hoor Israël, de Heere onze God is een enig Heere. | ||
| - | //Deut. 6:4// | + | //Deuteronomium |
| > Maar het Woord van God is niet geboeid. | > Maar het Woord van God is niet geboeid. | ||
| - | //2 Tim. 2:9b// | + | //2 Timoteüs |
| ===== Verantwoording ===== | ===== Verantwoording ===== | ||
| Het christelijk geloof is zijn apologie waard. Want kostbaar is dit geloof, zeer kostbaar zelfs zegt de apostel. En dat verandert niet van het ene op het volgende jaar. Zodat we onze verantwoording eenvoudig kunnen houden; we herschrijven wat we een jaar geleden schreven, weliswaar onder een andere titel, maar met het oog op dezelfde zaak:\\ | Het christelijk geloof is zijn apologie waard. Want kostbaar is dit geloof, zeer kostbaar zelfs zegt de apostel. En dat verandert niet van het ene op het volgende jaar. Zodat we onze verantwoording eenvoudig kunnen houden; we herschrijven wat we een jaar geleden schreven, weliswaar onder een andere titel, maar met het oog op dezelfde zaak:\\ | ||
| Regel 532: | Regel 532: | ||
| afgezien van dit alles, en het is reeds meer dan genoeg om de gereformeerde lezer te doen begrijpen, hoezeer de auteur hier onder een schijn van godzaligheid de kracht daarvan metterdaad verloochent, | afgezien van dit alles, en het is reeds meer dan genoeg om de gereformeerde lezer te doen begrijpen, hoezeer de auteur hier onder een schijn van godzaligheid de kracht daarvan metterdaad verloochent, | ||
| afgezien van dit alles, de weg van het behoud die de Schrift ons aanwijst en aanprijst, bestaat niet in de drieslag van belijden, zingen en geloven, die bestaat in de tweeslag van geloven en belijden, dat is in enen gezegd in het gelóóf, dat is in de belijdenis van het geloof of zo men wil in de geloofsbelijdenis. Nogmaals, zingen voegt daaraan niets toe.\\ | afgezien van dit alles, de weg van het behoud die de Schrift ons aanwijst en aanprijst, bestaat niet in de drieslag van belijden, zingen en geloven, die bestaat in de tweeslag van geloven en belijden, dat is in enen gezegd in het gelóóf, dat is in de belijdenis van het geloof of zo men wil in de geloofsbelijdenis. Nogmaals, zingen voegt daaraan niets toe.\\ | ||
| - | Sterker nog, is naar de orde van dienst de belijdenis van het geloof aan de orde, zulks niet in contact maar in gemeenschap met de kerk van alle eeuwen, dan moet zingen heel gewoon zijn mond houden, evenals de vrouwen moeten zwijgen in de gemeenten, alle al dan niet zwangere vrijgemaakte vrouwen in het ambt in de geest van ds. Folkers ten spijt. Welk moeten zwijgen ds. Mooiweer gelukkig wel beseft, evenals hij wel begrijpt dat hij de vrouw in het ambt dan wel met zwangerschapsverlof in zijn kring niet keert. Daarvoor heeft hij te zeer tegen de wind van de tijd, die de rokjes waait waarheen men zelf wil en die de Schriften laat zeggen wat men zelf graag wil horen. En doet de dominee dat in zijn tijd, dan mag ook de domineese op haar tijd. Ja, wie het verkeerd zegt, het verkeerd laat zeggen. En wie het de ander laat zeggen, moet zelf zijn mond dichthouden. Ja, wie het ambt castreert, de vrouw regeert. Gekeerd wordt dit potsierlijk vertoon alleen door de Geest van het Woord, die is in de Man van het Woord, de Zoon van God, in dit mannelijk Wezen, dat uit de man is noch uit de vrouw, noch uit de tijd noch van de tijd noch bij de tijd, die is uit God en bij God en van God, en die de onze is, niet in enige wouw ook niet in het enige meisje van Van Bruggen noch ook in enig gezangetje of in enige gezangen van ds. Mooiweer, maar in het geloof alleen, in de belijdenis van het geloof.\\ | + | Sterker nog, is naar de orde van dienst de belijdenis van het geloof aan de orde, zulks niet in contact maar in gemeenschap met de kerk van alle eeuwen, dan moet zingen heel gewoon zijn mond houden, evenals de vrouwen moeten zwijgen in de gemeenten, alle al dan niet zwangere vrijgemaakte vrouwen in het ambt in de geest van ds. Folkers ten spijt. Welk moeten zwijgen ds. Mooiweer gelukkig wel beseft, evenals hij wel begrijpt dat hij de vrouw in het ambt dan wel met zwangerschapsverlof in zijn kring niet keert. Daarvoor heeft hij te zeer tegen de wind van de tijd, die de rokjes waait waarheen men zelf wil en die de Schriften laat zeggen wat men zelf graag wil horen. En doet de dominee dat in zijn tijd, dan mag ook de domineese op haar tijd. Ja, wie het verkeerd zegt, het verkeerd laat zeggen. En wie het de ander laat zeggen, moet zelf zijn mond dichthouden. Ja, wie het ambt castreert, de vrouw regeert. Gekeerd wordt dit potsierlijk vertoon alleen door de Geest van het Woord, die is in de Man van het Woord, de Zoon van God, in dit mannelijk Wezen, dat uit de man is noch uit de vrouw, noch uit de tijd noch van de tijd noch bij de tijd, die is uit God en bij God en van God, en die de onze is, niet in enige vrouw, |
| En nogmaals, is die belijdenis aan de orde, dan moet het hoe graag ook zingende en het liefst zichzelf voorgaande volk eenvoudig zijn mond houden, alle als vanzelf uit de meute opkomend Onze-Vader-gemompel en alle vrijgemaakte geloofsbelijdenis-cantorij-en-zingerij ten spijt. Als zou de belijdenis van het geloof ervoor zijn om gezongen te worden en niet om gesproken te worden, om duidelijk uitgesproken te worden coram Deo, voor God en Zijn uitverkoren engelen. Ja, als zou het geloof ervoor zijn om te zingen en niet om te belijden, welk woord niet de betekenis heeft van zingen of nazingen, maar van zeggen, van duidelijk zeggen waarop het staat. Welk zeggen is naar de zin van de Geest, die Zelf ons leert duidelijk te zeggen waarop het staat. Hetwelk Hij ons niet leert //door of onder Zijn leiding//, want dat is al te vaag en dat kan men altijd wel zeggen, gelijk roomsen en dopersen dan ook niet anders zeggen dan dat, doch in en door het Wóórd, door het duidelijk sprekende Woord van Hem, die is Wie Hij is: niet de zingende, maar de sprekende God, wiens Zoon de naam draagt niet van het Gezang of van het Lied, doch van het Woord. Het is het Woord, dat vol is van de genade en de waarheid van God, genade en waarheid die vaststaan in de duidelijke uitspraken van God. Dat is in de Godsspraken, | En nogmaals, is die belijdenis aan de orde, dan moet het hoe graag ook zingende en het liefst zichzelf voorgaande volk eenvoudig zijn mond houden, alle als vanzelf uit de meute opkomend Onze-Vader-gemompel en alle vrijgemaakte geloofsbelijdenis-cantorij-en-zingerij ten spijt. Als zou de belijdenis van het geloof ervoor zijn om gezongen te worden en niet om gesproken te worden, om duidelijk uitgesproken te worden coram Deo, voor God en Zijn uitverkoren engelen. Ja, als zou het geloof ervoor zijn om te zingen en niet om te belijden, welk woord niet de betekenis heeft van zingen of nazingen, maar van zeggen, van duidelijk zeggen waarop het staat. Welk zeggen is naar de zin van de Geest, die Zelf ons leert duidelijk te zeggen waarop het staat. Hetwelk Hij ons niet leert //door of onder Zijn leiding//, want dat is al te vaag en dat kan men altijd wel zeggen, gelijk roomsen en dopersen dan ook niet anders zeggen dan dat, doch in en door het Wóórd, door het duidelijk sprekende Woord van Hem, die is Wie Hij is: niet de zingende, maar de sprekende God, wiens Zoon de naam draagt niet van het Gezang of van het Lied, doch van het Woord. Het is het Woord, dat vol is van de genade en de waarheid van God, genade en waarheid die vaststaan in de duidelijke uitspraken van God. Dat is in de Godsspraken, | ||
| Maar goed, zo gaat dat wanneer wij aan de duidelijke uitspraken Gods, betrouwbaar samengevat in de gereformeerde belijdenis, zo zwaar niet tillen, zo zwaar niet dat wij niet op enigerlei wijze in zee gaan met de halfgare, al te ondoordachte gedachtengangen van de Open Brief van 31 oktober 1966, dan wel met de al even halfgare en onrijpe, zo mogelijk nog meer ongereformeerde leeruistpraken van 15 november 1984. Dan duurt het zolang niet of wij hijsen de gereformeerde tweeslag van //Schrift en belijdenis// | Maar goed, zo gaat dat wanneer wij aan de duidelijke uitspraken Gods, betrouwbaar samengevat in de gereformeerde belijdenis, zo zwaar niet tillen, zo zwaar niet dat wij niet op enigerlei wijze in zee gaan met de halfgare, al te ondoordachte gedachtengangen van de Open Brief van 31 oktober 1966, dan wel met de al even halfgare en onrijpe, zo mogelijk nog meer ongereformeerde leeruistpraken van 15 november 1984. Dan duurt het zolang niet of wij hijsen de gereformeerde tweeslag van //Schrift en belijdenis// | ||